
Karl Ernst Adolf Anderssen (1818-1879), “der Altmeister Deutscher Schachspielkunst” verwierf zijn eerste bekendheid niet met zijn schaakpartijen, maar met zijn problemen; in 1842 publiceerde hij een boekje “Aufgaben für Schachspieler”, met 60 problemen, dat de nodige opzien baarde.
Na zijn overwinning in het grote toernooi van Londen (1851) verflauwt zijn interesse voor problemen en gaat hij zich volledig richten op het “bordschaak”. In 1852 verschijnt nog wel een herziene uitgave van zijn “Aufgaben”, een combinatie van nieuwe problemen en een aantal, al dan niet verbeterde problemen uit 1842.
De problemen van Anderssen, en van zijn tijdgenoten Horatio Bolton en Auguste d’Orville, mogen uiteraard niet vergeleken worden met de problemen uit latere tijden, maar zij hebben wel de basis gelegd voor de moderne schaakprobleemkunst.
